Estancia Don Miguel,

De boerderij van Hugo en Maria ligt zo’n 30 km van Colonia Valdense land inwaarts. Het landschap is schilderachtig mooi en bestaat uit natuur, akkerbouw en veeteelt. Het is groen, heuvelachtig en landelijk.

De familie heeft verschillende gebouwen. Een woonhuis, een gastenverblijf, en een gebouw dat bestaat uit een gedeelte waar huisvlijt wordt bedreven, waar wordt gekookt, een verblijf voor vrijwilligers, een garage en een gedeelte waar de kaas wordt gemaakt. Rondom het huis is een grote tuin met veel gras en bomen (o.a. ook fruitbomen). Ze hebben ook een pergola met druivenplanten met heerlijk zoete blauwe druiven. De druiven zijn daar rijp eind Maart. Ik had geluk en dus knipte ik regelmatig een tros druiven van de boom. Dat mocht.

Ze hebben 2 prachtige schotse colli’s (mannetje Tillo en vrouwtje Moria) en een leuk kleiner zwart hondje (Theo) van een gemengd ras, 6 hele lieve gehoorzame Criollo paarden, een stuk of 8 varkens, een wat jonge katjes met moeder, 8 melkkoeien met een stier, 3 geiten en een bok.

De buitenlucht ruikt ’s morgens heerlijk. Ik stond wat eerder op, zette een lekker bakje koffie en dronk dat op aan de tafel die buiten stond. Je hebt daar internet en Theo de hond kwam dan gezellig bij mij liggen. ‘s morgens om half 8 moet je bij de koeienmelkplaats zijn om de koeien te melken. Het is een kwestie van techniek en wat kracht om de melk uit de uiers te krijgen. Hugo deed 6 koeien en ik deed 2 koeien, dus het duurt wel even voordat je snel kan koeien melken. Nou, voordat je begint te melken staan de katjes al klaar en bedelen om melk en tijdens het melken krijgen ze de melk als ontbijt. De moeder van Hugo (een hele lieve en vriendelijke oma) komt iedere dag melk halen voor de gezinsconsumptie en voor het maken van Yoghurt.

De rest van de melk wordt in een grote metalen vat gegooid voor het maken van de kaas. De melk wordt opgewarmd tot 36 graden d.m.v. een brander die onder aan het vat zit. Dan wordt er stremsel toegevoegd en dan moet de melk zo’n klein uurtje staan. In die tijd ga je ontbijten. Er is thee, melk, kaas, jam, fruit en soms yoghurt. Alles is zelfgemaakt behalve de thee. Na het ontbijt moeten er 2 emmers voedsel klaargemaakt worden de varkens. Dat voedsel bestaat uit voedselresten van menselijke consumptie, krachtvoer en melk. Na het voederen van de varkens kan je verder met het kaas maken. De melk moet nu weer opgewarmd worden tot 48 graden en je moet flink roeren om kleine stukjes wrongel te krijgen. De stukjes wrongel worden uit het vat gevist en in een kleiner vat gedaan, wat gaatjes heeft zodat het vocht eruit kan lopen. De kaas wordt vervolgens onder druk gezet met een gewicht. De kaas moet daarna nog enkele keren gedraaid moet worden. De volgende dag word de kaas in een emmer met zoutwater gelegd waar hij één dag in moet verblijven. De dag erna word de kaas eruit gehaald en in de kaasschuur gelegd.

De geitjes staan aan een stuk touw aan een boom vast en moeten ’s middags verplaatst worden naar ander stukje omdat ze in hun omgeving al het meeste gras hebben opgegeten. De koeien melken, het kaas maken, de varkens te eten geven en de geitjes verzetten zijn de vaste werkzaamheden die iedere dag moeten gebeuren. In de tussenliggende tijd heb ik in hun tuin gewerkt. Gras maaien, perkjes schoonmaken, grond halen en wat werkzaamheden in de moestuin.

 

Een dag heb ik pompoenen jam gemaakt. Ik moest eerst hout sprokkelen voor de houtoven. Daarna de houtoven aanmaken en aansteken. Op de houtoven zette ik een grote pan met water en moest ik wachten tot het water kookte. Daarna ging er 4 kilo suiker in de pan, een sinaasappel schilletje, wat kruid nagels en daarna ging er een hele vracht aan pompoenen stukjes in. Dit moest zo een paar uur koken en ik moest zorgen dat het vuur aanbleef. Steeds maar weer hout in die oven stoppen. Het eindresultaat is een heerlijke pompoenen jam. Zo heb ik met een andere en grotere houtoven (volgens mij is dat een houtoven waar je professioneel pizza’s in kan bakken zo groot) ook 3 normale en een appel kaneel broodje gebakken.

Op de boerderij was nog een andere Nederlandse vrouwelijke vrijwilliger Carmen genaamd . Zij moest op een dag naar Colonia Valdense om wat af te geven. Om haar gezelschap te houden ben ik met haar mee geweest. Hugo zette ons af in een klein dorpje dichtbij de boerderij. Vandaar uit konden we de bus nemen naar Colonia, maar in de tussentijd gingen we liften. Nou we stonden nog maar net of een grote auto met een silo stopte voor ons om ons mee te nemen. Carmen is half Spaans en spreekt de taal vloeiend, dus dat zit wel goed voor de conversatie onderweg. Hij reed zelfs nog een stukje voor ons om ons bij Colonia Valdense af te zetten. Daar heeft zij haar spullen afgegeven en hebben we wat boodschappen gedaan. Op de terugreis hebben we 2 liften gehad. Eén was in een bestelbusje, de chauffeur bleek familie van Maria. De andere lift was in een pick up truck waarbij ik achter in de bak moest zitten. Best geinig zo in de open lucht. De mensen daar zijn niet bang voor lifters en je hoeft niet lang te wachten voordat je een lift krijgt.

Hugo heeft naast zijn huis nog bijzondere overblijfselen van een indianencultuur. Het zijn 2 vierkanten muren van stenen die aan elkaar een soort acht vormen. Hugo heeft verschillende mensen hun deskundige mening erover laten vertellen en het lijkt erop dat het ene vierkant een begraafplaats is geweest en het andere vierkant een plaats is geweest waar vrouwen hun kinderen baarden. Verder weet Hugo nog veel meer (sappige) verhalen over de plaats te vertellen.

Hugo is sowieso altijd goed gehumeurd, je kan alles aan hem vragen en heeft af en toe grappige opmerkingen. Hugo neemt de agro toeristen mee uit paardrijden als ze dat willen en Hugo nam ook ons als vrijwilligers mee uit paardrijden. De honden gaan dan mee en hebben het zichtbaar naar hun zin. Af en toe gaan ze met een rotgang achter vogels aan en ze lopen overal in de natuur aan te ruiken. De reis met Hugo gaat door akkerbouw heen (hij verbouwt voornamelijk soja bonen), door rivieren, door stukken drassig gebied en door mooie weilanden. Heel afwisselend. Hugo heeft nog stuk of honderd fokstieren in het land en die kwamen op onze tocht tegen. Samen met de honden en de paarden hebben we als echte gaucho’s de koeien bij elkaar gedreven. Daarna zijn we naar een ander stuk land gegaan en naar huis terug gereden. Later mochten ik en Carmen nog twee keer zelf paardrijden zonder Hugo erbij. Hugo heeft aan het begin van zijn estancia nog een meertje en we daar nog een paar uur gevist, zonder succes want we hebben niks gevangen. Maria is ook heel aardig en houdt zich meer met de vrouwen dingen bezig zoals het eten klaar maken, de huisvlijt (zo maakt ze wollen zakjes met lavendel voor de kleding kast, zodat die lekker ruikt) en de tuin.

Deze mensen zijn echt gastvrij en ze leggen geen hoge werkdruk bij de vrijwilligers. Rond half 12 stop je al met werken. Rond 1 uur is de lunch en tot 4 uur kan je slapen. Van 4 tot 6 werk je. Om 9 uur is het avond eten. Zowel de lunch als het avond eten is warm. Ben je de enige vrijwilliger dan eet je met de familie mee. Ben je samen, dan eet je samen apart van de familie.

Ze gaan zowel met de mensen als met de dieren prima om. Heb je wat nodig dan vraag je het aan ze en ze zorgen er voor dat je het krijgt. Je leert echt iets van het boerenleven en hoe producten op traditionele manier worden bereid.

 Bedankt Joost om je ervaringen met ons te delen!!

 

 

 

Share

Leave a Reply

Name:
Email Marketing by WP Autoresponder
Link to Facebook